Recentelijk is bevestigd dat de kwalificatie van rookgasafvoeren binnen een VvE sterk afhankelijk is van het gehanteerde modelreglement en de feitelijke situatie. Zowel het gerechtshof Amsterdam als de rechtbank Amsterdam hebben hierover belangrijke uitspraken gedaan.
MR 2006: rookgasafvoeren als gemeenschappelijk
Bij modelreglement 2006 staat in de splitsingsakte en het daarin opgenomen reglement welke onderdelen gemeenschappelijk zijn. Artikel 17 lid 1 onder a wijst “rook- en ventilatiekanalen” expliciet als zodanig aan. Het hof Amsterdam hanteert bij de uitleg een objectieve maatstaf en sluit aan bij de meest gangbare betekenis. Die meest gangbare betekenis dient volgens het hof gevonden te worden in de Dikke van Dale, en luidt: een pijp of buis waardoor rook naar buiten gaat. Daaronder vallen volgens het hof ook rookgasafvoeren van cv-ketels, ongeacht het privékarakter van de ketel zelf.
Artikel 17 lid 2 MR 2006 bepaalt weliswaar dat installaties voor zelfstandige verwarming en de daarbij behorende leidingen privé zijn, maar dit vormt volgens het hof geen uitzondering op lid 1. De in lid 2 genoemde leidingen hebben geen betrekking op rookkanalen, omdat deze eerder al als gemeenschappelijk zijn aangewezen. Daarmee blijven rookgasafvoeren onder MR 2006 in beginsel gemeenschappelijke gedeelten en-zaken, aldus het hof Amsterdam. Onderhouds- en vervangingsbesluiten zijn dus aan de VvE, en de kosten komen voor gezamenlijke rekening.
MR 1992: dienstbaarheidscriterium centraal
Bij modelreglement 1992 ligt het accent anders. De rechtbank Amsterdam bevestigde dat de feitelijke situatie steeds het vertrekpunt is: is de rookgasafvoer individueel of collectief uitgevoerd? Vervolgens wordt het dienstbaarheidscriterium toegepast. Bepalend is de installatie waaraan de rookgasafvoer is verbonden.
Een individuele rookgasafvoer die uitsluitend ten dienste staat van één appartement is privé, evenals de bijbehorende verwarmingsinstallatie. Wordt de installatie door meerdere appartementen gebruikt, dan is deze gemeenschappelijk, inclusief de aansluitende leidingen. Dit geldt eveneens voor collectieve rookgasafvoeren. Dat een individuele afvoer door een gemeenschappelijke schacht loopt, maakt in beginsel geen verschil voor de kwalificatie.
Wel kan een privé rookgasafvoer, door veiligheidsrisico’s of andere uitzonderlijke omstandigheden, toch een gezamenlijk belang raken, waardoor de VvE betrokken kan worden bij maatregelen of besluitvorming.
Praktische aandachtspunten voor VvE’s
Het hof Amsterdam oordeelde dat onder MR 2006 rookgasafvoeren in beginsel gemeenschappelijk zijn op grond van de expliciete aanwijzing van rookkanalen. Onder MR 1992 is de feitelijke situatie leidend en bepaalt het dienstbaarheidscriterium of de afvoer privé of gemeenschappelijk is, aldus de rechtbank Amsterdam.
Voor een goede kwalificatie is het ongeacht het modelreglement dat van toepassing is en eventuele specifieke bepalingen in de akte van splitsing, goed om in alle gevallen zowel de installatie als leidingverloop te controleren. Eventuele veiligheidsrisico’s kunnen eveneens van belang zijn. Raadpleeg vervolgens het specifieke splitsingsreglement, omdat afwijkingen of aanvullingen mogelijk zijn.
Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan contact met ons op.